Bewijs van bezit en verjaring door grensreconstructie kadaster

Print Friendly, PDF & Email

Bezit van een strook grond door iemand die niet de eigenaar is vormt het startpunt van een beroep op verjaring. De discussie omtrent bezit is gecompliceerd. De eisen aan inbezitneming heb ik eerder uiteengezet op deze site. Er is echter nog een voorstap die niet vaak ter discussie wordt gesteld. Allereerst moet namelijk komen vast te staan over welk stuk grond de discussie gaat en of er van juridische grenzen wordt afgeweken. Daarvoor is vaak een grensreconstructie door het kadaster noodzakelijk.

Veldwerk van het kadaster

Alle percelen in Nederland zijn ooit ingemeten door het kadaster. Door splitsing en samenvoeging ontstaan percelen die vaak corresponderen met tuinen of weilanden. Uiteraard komt het echter ook voor dat eigendom over meerdere percelen strekt, maar deze zijn allemaal ooit uitgezet. Van deze oorspronkelijke inmeting bewaart het kadaster de zogenaamde veldwerken. In dit veldwerk staat de aanwezige bebouwing ten opzichte van de kadastrale grens weergegeven evenals de afstanden tussen de verschillende kenbare hoekpunten en bebouwing.

Grensreconstructie

Bij twijfel over erfgrenzen kan een verzoek worden gedaan aan het kadaster om een grens te reconstrueren. Dit houdt in dat medewerkers van het kadaster ter plekke komen met het veldwerk van de locatie en op basis van metingen en observaties opnieuw bepalen waar de kadastrale grens ligt. De grens wordt vervolgens gemarkeerd met een stalen buis of verfmarkeringen op reeds bestaande kenmerken. Een verzoek kan bij het kadaster worden gedaan. Daarbij wordt doorgaans de eigenaar van het aangrenzende perceel ook uitgenodigd om bij de reconstructie aanwezig te zijn. Op die manier is de vrije toegang tot de erfgrens gewaarborgd en kunnen beide partijen hun visie op de situatie geven.

Bewijskracht van grensreconstructie op verzoek van één partij

Wanneer een grensreconstructie wordt uitgevoerd op verzoek van slechts één partij is er doorgaans geen vrije toegang geweest tot de erfgrens en heeft de andere partij niet zijn belangen kunnen (laten) behartigen. Dan kan dus de vraag opspelen wat de bewijskracht van deze grensreconstructie is. De afwezige partij had immers informatie kunnen geven die mogelijk tot een ander resultaat zou kunnen hebben leiden. Op deze vraag is recent antwoord gegeven door de Rechtbank Noord-Nederland te Assen.

Eiser had in die zaak een grensreconstructie laten uitvoeren, zonder gedaagde daarvoor uit te nodigen. Gedaagde was vervolgens ook niet aanwezig bij de reconstructie. De rechtbank oordeelt dat door deze afwezigheid niet zonder meer kan worden uitgegaan van de juistheid van de reconstructie. Het is aan eiser om te bewijzen dat de reconstructie juist is. De vordering tot ontruiming van de betrokken strook grond kan volgens de rechtbank alleen worden toegewezen indien eiser erin slaagt bewijs te leveren van het onrechtmatige gebruik. Hiervoor een reconstructie waarbij gedaagde aanwezig kan zijn kennelijk noodzakelijk geacht. De rechtbank stelt vervolgens dat dit bewijs kan worden geleverd door een nieuwe reconstructie te laten uitvoeren, waarbij gedaagde wél in de gelegenheid is gesteld aanwezig te zijn en opmerkingen te maken. Omdat er echter nog andere discussiepunten bestonden beveelt de rechter eerst bewijs te leveren van die andere punten.

Conclusie

De uitgevoerde grensreconstructie heeft voor eiser zeer beperkte waarde. Hij heeft voor zichzelf een indicatie van de erfgrens, maar daarmee geen basis om een procedure op te funderen. De gemaakte kosten voor het kadaster (in genoemde zaak € 1.540,00) zullen mogelijk nog een keer moeten worden gemaakt om alsnog een document van het kadaster te krijgen dat als uitgangspunt in de procedure kan dienen. Het is dus van groot belang altijd de wederpartij uit te nodigen voor de grensreconstructie. Als die nadrukkelijk weigert, kan de rechter daar uiteraard gepaste gevolgen aan verbinden.

Thijs Liebregts

Thijs Liebregts plaatste tot op heden 39 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op vastgoedgerelateerde kwesties. Daarnaast een bijzondere interesse voor verjaring; het onderwerp waarop hij in 2010 afstudeerde en inmiddels ruime (proces)ervaring opbouwde.