Verjaring sneller aangenomen na arrest Hoge Raad

Print Friendly, PDF & Email

Bezit gedurende 20 jaar is niet vereist om tot voltooiing van de bevrijdende verjaringstermijn te komen. Vóór de periode van bezit kan namelijk ook sprake zijn van een onrechtmatige situatie. Als deze onrechtmatige situatie overgaat in bezit kan deze periode onder omstandigheden bij de verjaringstermijn worden opgeteld. Zo kon het gebeuren dat een beroep op verjaring op 4 september jl. door de Hoge Raad werd gehonoreerd, terwijl hooguit sprake kon zijn van 18 jaar bezit.

Houderschap geen automatisme

Bijzonder aan het arrest is onder meer dat de Hoge Raad oordeelt dat de periode voor het bezit weliswaar niet aan de vereisten van bezit werd voldaan, maar dat evenmin sprake was van houderschap. Hierdoor kon het gebruik in de voorafgaande periode wel als onrechtmatig worden beoordeeld en kan artikel 3:314 lid 2 BW worden toegepast.

Interversieverbod omzeild

Voordat aan de vereisten van bezit werd voldaan, werd de grond al door de latere bezitter gebruikt. Doordat de Hoge Raad dit gebruik niet als houderschap ziet geldt het interversieverbod niet.

Uitgebreide toelichting op dit zeer belangrijke arrest voor verjaring

Ik schreef een uitgebreide toelichting op dit zeer belangrijke arrest voor het Tijdschrift voor Vastgoedrecht. Dit artikel zal in oktober worden gepubliceerd.

Thijs Liebregts

Thijs Liebregts plaatste tot op heden 35 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op vastgoedgerelateerde kwesties. Daarnaast een bijzondere interesse voor verjaring; het onderwerp waarop hij in 2010 afstudeerde en inmiddels ruime (proces)ervaring opbouwde.