Schadevergoeding of teruglevering na verjaring, de eerste jurisprudentie is verschenen

Print Friendly, PDF & Email

De Hoge Raad introduceerde in februari van dit jaar de mogelijkheid om na bevrijdende verjaring een schadevergoeding of teruglevering te vorderen. Op deze website hebben wij daar al eerder uitgebreid bij stil gestaan. Daarmee lijkt de verjaringstermijn om op te treden te zijn opgerekt van twintig  jaar naar veertig jaar.

Deze mogelijkheid was nog niet eerder in de rechtspraak aan bod gekomen. Het arrest van de Hoge Raad liet ook nog veel vragen onbeantwoord. Het is daarom nog grotendeels onduidelijk wat de gevolgen van het arrest zijn. Nu is een eerste vonnis van de rechtbank Rotterdam verschenen waarin over een dergelijke vordering isgeoordeeld. Het is dus zeer interessant om te bekijken of daar nieuwe informatie uit voortkomt.

Bevrijdende verjaring

Verjaring speelt als een gebruiker andermans grond in bezit neemt als ware hij de eigenaar. In dit vonnis hebben bewoners grond van de gemeente Capelle aan de IJssel in bezit genomen door deze bij hun tuin te voegen, te beplanten en deze te omheinen. In de jaren ’80 zijn er wel contacten geweest over het gebruik van de grond, maar de gemeente heeft er nooit toestemming voor gegeven. Ook heeft de gemeente er tot recent niet tegen opgetreden. De rechtbank concludeert dat de gebruikers meer dan twintig jaar bezitter zijn geweest. De gebruikers zijn dus door bevrijdende verjaring eigenaar van de strook grond geworden. De gemeente is haar eigendom verloren.

Teruglevering

De gemeente stelt vervolgens dat de bewoners onrechtmatig hebben gehandeld door de strook grond in bezit te nemen. De gemeente vordert dat de bewoners de schade moet vergoeden die de gemeente daardoor heeft geleden. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een onrechtmatige daad, zodat de bewoners de schade die de gemeente daardoor lijdt moet vergoeden.

De gemeente vraagt de rechtbank om de schadevergoeding vast te stellen in natura (in plaats van in geld) door de teruglevering van de strook grond op basis van artikel 6:103 BW. Dat zou betekenen dat de bewoners weliswaar door verjaring eigenaar zouden zijn geworden, maar dat zij de grond bij wijze van schadevergoeding weer terug zouden moeten leveren. De rechtbank oordeelt hierover dat deze gedwongen teruglevering alleen mogelijk is wanneer de noodzaak daartoe  duidelijk wordt onderbouwd. De gemeente heeft aangevoerd dat ze een einde willen maken aan de onrechtvaardige situatie en dat ze de grond willen gebruiken in het algemeen belang, namelijk als groenvoorziening. De rechtbank vindt deze onderbouwing onvoldoende en wijst de vordering tot teruglevering van de grond af.

Schadevergoeding

Als tweede optie vordert de gemeente een schadevergoeding in geld, bestaande uit een bedrag van € 175,00 per vierkante meter. Dit bedrag komt overeen met de grondprijs per vierkante meter die standaard door de gemeente wordt gehanteerd. De rechtbank oordeelt dat dit een redelijk bedrag is en wijst deze vordering dan ook toe. De gebruikers van de grond worden dus weliswaar eigenaar van de grond, maar moeten wel een flinke schadevergoeding aan de gemeente betalen. Deze schadevergoeding is in beginsel gelijk aan de prijs die zij hadden moeten betalen wanneer zij de grond van de gemeente hadden gekocht.

Proceskosten

De rechtbank concludeert ten slotte dat de kosten van de procedure voor rekening van de gemeente komen. Deze conclusie is opmerkelijk omdat de gemeente indirect gewoon een schadevergoeding ontvangt die gelijk is aan de waarde van de grond. De rechtbank heeft dan ook de mogelijkheid om de kosten te middelen. Dit houdt in dat beide partijen hun eigen kosten dragen en dus geen betalingsverplichting jegens elkaar krijgen opgelegd. De achterliggende gedachte is misschien dat de schadevergoedingsvordering pas in een laat stadium als eiswijziging in de procedure werd ingebracht. De tweede mogelijkheid is dat de rechtbank het meeste belang hecht aan het onvrijwillig verlies van het eigendom door de gemeente. Zonder duidelijke toelichting van de rechtbank komt deze proceskostenveroordeling nu over als een goedmakertje voor de gebruikers. De schadevergoeding die zij moeten betalen voor de grond wordt hiermee immers grotendeels gecompenseerd door de proceskostenvergoeding die zij van de gemeente ontvangen.

Niet betwisten van vorderingen

Het vonnis is interessant, maar niet baanbrekend. Veel vorderingen worden toegewezen omdat de advocaten niet zijn ingegaan op de stellingen van hun wederpartij. Als een stelling niet wordt betwist dan gaat de rechter doorgaans uit van de juistheid daarvan. Namens de gemeente is niet voldoende onderbouwd dat er geen sprake zou zijn van verjaring. Het lijkt erop dat met een gedegen getuigenverklaring of duidelijke onderbouwing met succes had kunnen worden betoogd dat er sprake was van houderschap en niet van bezit. In dat geval was er helemaal geen sprake geweest van verjaring.

Conclusie

Verlies van grond door verjaring kan tot gevolg hebben dat er schadevergoeding kan worden gevorderd van de nieuwe eigenaar. Schadevergoeding in geld is het uitgangspunt, maar er kan ook schadevergoeding in natura (door teruglevering van grond) worden gevorderd. Deze vordering moet dan echter wel voldoende worden onderbouwd.

Gemeenten die de verloren grond terug willen moet hun vordering en de noodzaak daartoe goed onderbouwen. Dat is waarschijnlijk wel mogelijk indien de strook een verkeersfunctie zou moeten gaan bekleden of indien er kabels en leidingen in de strook toegankelijk moeten blijven.

Gemeenten die schadevergoeding in geld willen kunnen aansluiten bij de geldende grondprijzen. Deze kunnen hoger zijn dan de lage ‘projectprijzen’ die gemeenten veelvuldig hanteren bij ‘snippergroenprojecten’.

In deze zaak is de grondprijs die de gemeente als uitgangspunt nam voor haar vordering  niet betwist , waardoor de rechtbank deze vordering toewees. Er zijn volop verweren denkbaar, maar dit is door de advocaat van de bewoners kennelijk nagelaten. Veel vragen blijven ook na deze uitspraak nog onbeantwoord. Het is dus wachten op meer jurisprudentie op dit gebied, zodat betrokken partijen zicht krijgen op de gevolgen van het arrest van de Hoge Raad.

Thijs Liebregts

Thijs Liebregts plaatste tot op heden 38 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op vastgoedgerelateerde kwesties. Daarnaast een bijzondere interesse voor verjaring; het onderwerp waarop hij in 2010 afstudeerde en inmiddels ruime (proces)ervaring opbouwde.